Mag de koning kunst uit zijn privécollectie verkopen? Zó zit het
8 juli 2026
De koninklijke paleizen hangen vol met adembenemende kunst om te bekijken. Een groot deel van de kunst die van het Huis van Oranje-Nassau is geweest, is beschermd. Maar koning Willem-Alexander heeft ook een privécollectie. Mag hij zomaar kunst uit deze collectie verkopen?
Beschermde kunst
Beschermde kunst en cultuurgoederen van het Huis van Oranje-Nassau zijn opgenomen in verschillende particuliere stichtingen. Het doel hiervan is dat ze bewaard worden voor toekomstige generaties en dat ze toegankelijk zijn.
Privécollectie van de koning
Koning Willem-Alexander mag beschermde kunst niet verkopen, maar hij heeft ook een privécollectie. Kunststukken uit die collectie mag hij wél verkopen. De koning heeft er allen voor gekozen om dat nooit zomaar te doen. Willem-Alexander wil dat Nederlandse musea het eerste recht van kopen hebben. Dit besluit geldt volgens het Koninklijk Huis voor alle kunst en cultuurgoederen die ooit van een regerend familielid zijn geweest en die nu in privébezit zijn van de koning, zijn echtgenote, voorganger en vermoedelijke opvolger.
Advies
Als de koning ooit kunst wil verkopen, dan vraagt hij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) om advies en voor welke Nederlandse musea de stukken interessant kunnen zijn. Zo wordt kunst met een koninklijke achtergrond extra beschermd en is de kans groter dat de stukken in Nederlandse musea blijven.
Discussies
Toch laait de discussie over welke stukken privébezit zijn en welke beschermd zijn af en toe op. Zo ook in 2019 toen de koninklijke familie een aantal kunstwerken liet veilen bij Sotheby’s. Eén van de opvallendste werken was een tekening van Peter Paul Rubens, Naaktstudie van een jongeman met opgeheven armen, met een opbrengst van meer dan zes miljoen euro. Hoewel de verkoop volgens de regels was toegestaan, leidde het tot kritiek, onder meer vanuit de politiek. Sommige Kamerleden vonden dat zulke werken eerst aan Nederlandse musea aangeboden zouden moeten worden. Maar omdat de collectie van prinses Christina niet onder het privébezit van de koning, zijn echtgenote, voorganger en vermoedelijke opvolger valt, mocht het toch worden verkocht.
BRON: KONINKLIJK HUIS, NOS
LEES OOK
Uit andere media