Placeholder

Koning tekent voor opening ministeries

Met een handtekening in het gastenboek heeft koning Willem-Alexander donderdag het nieuwe gezamenlijke gebouw van de ministeries van Veiligheid & Justitie en Binnenlandse Zaken & Koninkrijksrelaties aan de Turfmarkt in Den Haag geopend.

Met een handtekening in het gastenboek heeft koning Willem-Alexander donderdag het nieuwe gezamenlijke gebouw van de ministeries van Veiligheid & Justitie en Binnenlandse Zaken & Koninkrijksrelaties aan de Turfmarkt in Den Haag geopend.
Een magnifiek gebouw, aldus minister Ivo Opstelten (Veiligheid & Justitie), die zijn collega's Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken en Stef Blok van Wonen en Rijksdienst uitdaagde door te stellen dat 'zijn' toren net iets hoger was dan die van hun departementen. ''Maar ze zullen het wel tegenspreken", wist Opstelten.
De ministeries zijn nu gehuisvest in het grootste kantoorgebouw van Nederland, en met 146 meter het hoogste van Den Haag. De torens van de Duitse architect Hans Kollhoff zijn 'gerealiseerd binnen budget en binnen de tijd', meldde de minister tevreden aan de koning. Beide ministeries waren over 30 gebouwen verspreid en huizen nu in één geschakeld gebouw. ''Dit is de toekomst", stelde Ronald Plasterk.
''We hebben ons afgevraagd hoe we een moderne koning een modern gebouw zouden kunnen laten openen", vertelde Stef Blok. ''Een schaar op een fluwelen kussen, dat is achterhaald." De oplossing lag voor de hand, aldus de minister, en was geïnspireerd door de troonswisseling. ''Toen hebben we als ministers onze handtekening mogen zetten. We dachten: we vragen een handtekening terug."
Koning Willem-Alexander kon daarop als eerste zijn handtekening zetten in het gastenboek. ''Een nieuw gastenboek voor een nieuw gebouw", verklaarde Blok de keuze. Vervolgens werd Willem-Alexander door de drie bewindslieden meegenomen voor een wandeling door het gebouw, met als letterlijk en figuurlijk hoogtepunt het uitzicht vanaf de Skylounge over Den Haag, Rotterdam en de Noordzee. ''Zo'n wijde blik kan geen kwaad voor een minister", wist Opstelten.