Kritiek uit Luxemburg

Het is niet gebruikelijk dat monarchieën elkaar de maat nemen. In Luxemburg was echter sprake van een ongebruikelijke situatie toen de premier een rapporteur aanstelde om de geruchten over misstanden aan het hof te onderzoeken. De uitkomsten waren niet mals, zo heeft u in een eerdere column gelezen. Groot hertogin Maria Teresa was in feite de baas aan het hof en voerde daar een soort schrikbewind uit. Dat zorgde er voor dat er groot verloop was onder het personeel. Rapporteur Jeannot Waringo was door premier Bettel ook gevraagd om het Luxemburgse hof eens te vergelijken met een aantal andere monarchieën. Zweden, waar alles zeer transparant is geregeld en elke Zweedse kroon duidelijk wordt verantwoord, is volgens hem het modernst. Hij was op een aantal punten ook zeer te spreken over Nederland. Dat de voorlichters van het Koninklijk Huis – de RVD – onder de premier vallen en dus geen paleispersoneel zijn, waardoor de kans op eerlijke berichtgeving groot is, was daar een voorbeeld van. Ook het verschil tussen het Koninklijk Huis en de koninklijke familie was goed, schreef Waringo in zijn rapport. Waringo had ook naar de financiën gekeken en bij de vergelijking met België, Zweden en Luxemburg valt meteen op dat de Nederlandse monarchie relatief duur is. Dat is deels te verklaren doordat in Nederland alle kosten die direct naar de monarchie gaan ook vermeld worden. In België staan bijvoorbeeld de kosten van de militairen die aan het hof werken op de begroting van Defensie. Waringo vond wel dat de Oranjes en de staat ’zuinig’ zijn met inzicht geven over de besteding. De uitkeringen die koning Willem-Alexander, koningin Máxima en prinses Beatrix krijgen, behoren tot de hoogste van koninklijk Europa, maar hoewel die bedragen voor een groot deel uit de vergoeding van onkosten bestaat, wordt niet duidelijk wat er met dat geld precies wordt gedaan. Deze kritiek is ook vaak in Nederland te horen. Naar mijn mening is dat terecht. De Oranjes krijgen elk jaar onkostenvergoedingen, of zij die dat jaar nodig hebben of niet. Premier Lubbers heeft ooit aan de Kamer uitgelegd dat de leden die zo’n uitkering ontvangen dat niet per se hoeven uit te geven. Althans, niet in het jaar dat zij dat geld ontvangen. Hij gaf als voorbeeld dat de kroonprins vanaf zijn achttiende verjaardag een onkostenvergoeding kreeg die hij eigenlijk nog niet nodig had. Dat geld mocht hij dan sparen voor jaren waarin er grote uitgaven gedaan moesten worden die dan níet door het voor onkosten vastgestelde bedrag gedekt zouden worden. Hij gaf als voorbeeld het huwelijk van de kroonprins. Het was echter niet zo dat de onkosten vergoeding als eventueel extra inkomen mocht worden gezien. Vroeg of laat moest die door bonnetjes worden verantwoord. Voor het parlement, dat de regering controleert, is het echter onmogelijk om dit soort zaken te checken als de uitgaven van de Oranjes vanwege de privacy weer geheim moeten worden gehouden…

Geef een reactie

Gerelateerde artikelen