Placeholder

Bernhard had vooral oog voor eigen hachje’

Prins Bernhard krijgt de zwarte piet toegespeeld in het boek 'De geest van het Oude Loo'. Daarin beschrijft Han van Bree, die woensdagmiddag in Leiden op zijn onderzoekswerk hoopt te promoveren, de religieus getinte conferenties waarbij koningin Juliana tussen 1947 en 1957 een rol speelde.

Bernhard wist voor de buitenwereld een beeld te scheppen van staatsgevaarlijke activiteiten en Juliana moest zich in 1956 afkeren van de bijeenkomsten én van haar vriendenkring. Het beeld was echter eenzijdig en de samenkomsten waren allesbehalve een gevaar voor de staat, zo betoogt Van Bree.

In zijn studie geeft hij een uitvoerig beeld van de conferenties die werden gehouden op het kasteeltje Het Oude Loo, met Juliana als vaste en enthousiaste deelneemster en een wisselende groep deelnemers aan gesprekken en discussie over God en de wereldvrede. Greet Hofmans, de 'helderhorende' doorgeefster van goddelijke boodschappen, was er bij betrokken, religieus secretaris Wim Kaiser en vele getrouwen en vriendinnen van Juliana.

Boodschap

De vredelievende boodschap die van de bijeenkomsten uitging, strookte niet met de opvattingen van prins Bernhard, die zich bovendien bedreigd voelde door de 'kliek' rond zijn almaar zelfstandiger wordende vrouw. Op de achtergrond speelden ook andere zaken, zoals Bernhards buitenechtelijke affaires en Juliana's verzet tegen zijn rol bij de uit diezelfde tijd stammende Bilderberg-conferenties. Maar die laatste werden door de regering als nuttig gezien, het achter gesloten deuren praten over geloofskwesties niet.

Juliana zou ook wel eens beïnvloed kunnen worden door Hofmans c.s., een gedachte die Bernhard niemand uit het hoofd praatte maar juist aanmoedigde. "Bernhard lijkt daarbij vooral oog te hebben gehad voor zijn eigen hachje. De prins lijkt zijn eigen vrienden en vriendinnen belangrijker te hebben gevonden dan zijn echtgenote, maar moest zijn huwelijk met haar wel in stand houden, want het leven dat hij leidde was daaromheen gebouwd”, aldus Van Bree.

In die tijd werd een man eerder geloofd dan een vrouw, ook al was zij staatshoofd, zo toont Van Bree aan. Juliana werd slachtoffer van de machinaties van haar man en was niet de zwakke, naïeve vrouw zoals critici haar nog wel eens afschilderden. Integendeel. Ook bij de bijeenkomsten op Het Oude Loo wist ze privé en staatszaken goed te scheiden, en liet ze zich niet sturen. Maar de sluwe Bernhard wist de feiten anders voor te stellen en stuurde de commissie-Beel in 1956 naar de conclusie dat ze alle banden met 'Het Oude Loo' en haar vriendinnen moest verbreken.