×
AdBlock gedetecteerd!

Beste bezoeker,

Wij zien dat je een adblocker gebruikt die ervoor zorgt dat je geen advertenties ziet op onze website. Dit vinden wij jammer, want de artikelen op onze website zijn mede dankzij deze advertenties gratis te lezen en bekijken. Wil jij een uitzondering maken voor onze website of meer lezen over de wijze waarop wij met advertenties omgaan? Klik dan hier.

Emoties

Door Marc van der Linden

Leden van koninklijke families leren vanaf jonge leeftijd zich in het openbaar beheerst te gedragen. Het tonen van te veel emotie – blij of verdrietig – wordt als ongepast gezien. Prinses Theodora van Griekenland, die tegenwoordig als actrice onder de naam Theodora Greece werkt, vertelde me eens dat dat voor haar het moeilijkste was toen ze acteerlessen ging nemen. Als actrice moest ze emoties kunnen laten zien, terwijl ze haar leven lang juist geleerd had die te verbergen. Maar de 21ste eeuw…

Lees column

Wilt u op de hoogte blijven via de Royalty nieuwsbrief? Schrijf u nu in!

Koninginnedag 2009

Koninginnedag 2009

Door Marc van der Linden

En ineens leek de wereld stil te staan. De muziek verstomde, het gejuich ook. Ik hoorde zelfs geen vogeltjes meer fluiten. Het was stil geworden in Apeldoorn...Collega’s ervoeren het precies zo. We hoorden ineens helemaal niks meer. Maar pas uren later beseften we dat we allemaal verdoofd waren door wat er was gebeurd. Want er werd wel degelijk gegild, gejammerd, geroepen en gekreund. Onophoudelijk zelfs. Het leek wel alsof ik op een slagveld stond. Overal om me heen mensen die roerloos op de grond lagen. Een man die geschept was door de auto lag roerloos voor me, terwijl zijn gezicht langzaam rood kleurde van het bloed. Rechts van hem een grijze schoen. Iets verderop lag een vrouw met blond haar, die langzaam op haar zij werd gedraaid.Nog wat verder lagen vrouwen in prachtige roodwitte gewaden op de grond. Ik voelde me compleet machteloos, want ik kon niets voor die mensen doen. De verbijstering, het verdriet en de chaos waren compleet. Waar blijven de ambulances? Het lijken wel uren, maar het is in werkelijkheid maar vier of vijf minuten later als de eerste professionele verzorgers zich aandienen.


En ineens leek de wereld stil te staan. De muziek verstomde, het gejuich ook. Ik hoorde zelfs geen vogeltjes meer fluiten. Het was stil geworden in Apeldoorn...
Collega’s ervoeren het precies zo. We hoorden ineens helemaal niks meer. Maar pas uren later beseften we dat we allemaal verdoofd waren door wat er was gebeurd. Want er werd wel degelijk gegild, gejammerd, geroepen en gekreund. Onophoudelijk zelfs.
Het leek wel alsof ik op een slagveld stond. Overal om me heen mensen die roerloos op de grond lagen. Een man die geschept was door de auto lag roerloos voor me, terwijl zijn gezicht langzaam rood kleurde van het bloed. Rechts van hem een grijze schoen. Iets verderop lag een vrouw met blond haar, die langzaam op haar zij werd gedraaid.Nog wat verder lagen vrouwen in prachtige roodwitte gewaden op de grond. Ik voelde me compleet machteloos, want ik kon niets voor die mensen doen. De verbijstering, het verdriet en de chaos waren compleet. Waar blijven de ambulances? Het lijken wel uren, maar het is in werkelijkheid maar vier of vijf minuten later als de eerste professionele verzorgers zich aandienen.

Rechts van me staat de kleine oude Suzuki Swift. Door de achterruit zie ik de bestuurder. De man die al die ellende heeft aangericht. Hij hangt met zijn hoofd een beetje uit het raam. Hij bloedt hevig. Een agent staat erbij en een ander kruipt in de auto en pakt het hoofd van de man vast. Ik zie de dader bewegen, maar de agent heeft hem stevig vast. Ook hij krijgt hulp. De man in de Suzuki ziet er opvallend normaal uit. Een rode trui met daaronder iets wat op een geblokt overhemd lijkt. Een agent zegt dat ik aan de kant moet gaan, om te zorgen dat de ambulances die nu van alle kanten met grote vaart aan komen snellen er door kunnen.
Alle gebeurtenissen draaien zich als een film in herhaling steeds weer in mijn gedachten af. Ik zat samen met een handvol collega’s in een prachtige oldtimer bus, die de open touringcar met daarin de Oranjes volgde. Ik zat lekker voorin, aan de linkerkant van de bus. Naast me collega Peter van de Vorst. Vlakbij het einde van de Loolaan zag ik een Belgische collega die vrolijk naar me zwaaide. Ik zwaaide terug. ’Bel me zo even,’ gebaarde ze me. En ik stak mijn duim omhoog en keek weer naar het publiek. Op dat moment zie ik de zwarte auto uit het niets verschijnen. Ik zie drie of vier mensen die door de auto worden gelanceerd. Het lijken wel poppen, zo hoog komen ze. En ze landen met een klap op de grond. Het dringt allemaal nauwelijks tot me door. Zijn dat echte mensen of poppen? Hoort het bij het programma? Ik weet het niet meer. Ik kan niks meer zeggen. Ik hoor een collega zeggen: ’Het is een aanslag. We moeten uit de bus.’ Ik was er als een van de eersten uit. In de verte de open bus met de Oranjes die omringd door bodyguards sneller dan daarvoor richting paleis Het Loo rijdt. En ik sta midden tussen de gewonden en doden...
Keer op keer zie ik de gebeurtenissen in gedachten weer. Het staat op mijn netvlies. De verbijstering, het verdriet en de chaos. De koninklijke beveiligers die met getrokken pistolen rondliepen. De politieagenten die meteen klaar stonden om eerste hulp te bieden. En die ene huilende marechaussee...
Ik kan niets doen en voel me machteloos. En ik loop maar naar Paleis Het Loo. Daar is het een oase van rust. Het publiek daar weet nog nauwelijks wat er gebeurd is. Ik kan niemand telefonisch bereiken. Het hele netwerk ligt plat. Collega Sandra Schuurhof staat voor het paleis verslag te doen van de gebeurtenissen. Iets verder Marieke de Vries van de NOS. Beide dames doen hun werk op de automatische piloot, maar als ik ze daarna even spreek, zijn ze net zo geschrokken en verdrietig als ik. De politie heeft het paleis afgegrendeld. Binnen zit de koninklijke familie. Ongetwijfeld hevig geschrokken en geëmotioneerd. De eerste beelden komen binnen in de camerawagens. Ik zie nu wat er echt gebeurd is en hoor dat er veel gewonden zijn. De burgemeester van Apeldoorn houdt een korte toespraak en zegt dat alles is afgelast. Ik heb met hem te doen. Hij had er zoveel zin in gehad en ziet op de grote dag de ergste nachtmerrie uitkomen. Als ik naar hotel De Keizerskroon loop, kom ik steeds meer collega’s tegen. Ook zij krijgen telefoontjes van ongeruste familieleden, die gezien hebben dat de auto ook een persvak in reed. Maar we kunnen niet sms’en om te zeggen dat we ongedeerd zijn. Het telefoonnet ligt plat. Bij hotel De Keizerskroon is het perscentrum gevestigd. We waren er deze dag in alle vroegte gezellig begonnen. En nu heerst er chaos. Iedereen heeft zijn eigen verhaal en verdriet, maar moet ook aan de slag. Op een tv zie ik voor het eerst de beelden weer. Ik word er heel verdrietig van. In mijn kamer pak ik mijn spullen bij elkaar en loop richting mijn auto. De vlaggen in Apeldoorn hangen inmiddels halfstok. De regionale omroep meldt vier doden. Dat kan toch niet waar zijn? Iets voorbij De Keizerskroon staan dranghekken. Een agent schuift ze aan de kant en vertelt me hoe ik het beste de stad kan uitrijden. Als ik wegrijd, zie ik in mijn achteruitkijkspiegel hoe hij het dranghek weer terugzet. En ik voel tranen in mijn ogen komen. Hoe kan iemand eerst door een dranghek heenrijden om moedwillig zoveel ellende aan te richten? Ik zie de mensen die waren gekomen voor een feest weer op de grond liggen en realiseer me ineens hoeveel levens er in luttele minuten compleet verwoest zijn. Behalve de doden en de gewonden zijn er veel mensen die het allemaal voor hun ogen hebben gezien. En dan al die mensen die een zoon of dochter, broer of zus, vriend of vriendin hebben verloren of zwaargewond terugzien. Zomaar, om niets, een hoop mensenlevens verwoest. Het schiet allemaal door mijn hoofd en ik moet er alleen maar harder om huilen. Als ik collega Peter van der Vorst later aan de telefoon krijg, blijkt het hem hetzelfde te zijn vergaan. Ook bij hem kwamen de tranen in de auto....
Op de redactie van Boulevard is het een drukte van jewelste. De hele geplande uitzending wordt omgegooid en gaat alleen om wat nu al Het Drama van Apeldoorn heet. Telefoons gaan, er wordt geroepen, geschreeuwd en iedereen is druk. Maar als de koningin op het scherm komt, kun je een speld horen vallen. De koningin zucht diep en begint aan haar moeilijkste toespraak ooit. Haar woorden raken me diep. Ik zie een gebroken vrouw. Iemand die intens verdrietig is om wat haar mensen is aangedaan. En ik zie iemand die beseft dat omstanders zijn gestorven omdat de dader het op háár familie had gemunt. Ik zie machteloosheid in haar ogen. Ze had het niet kunnen voorkomen, maar misschien voelt zich toch ook schuldig. Ze is ineens een moeder van ons allemaal en tegelijkertijd iemand die haar verantwoordelijkheid neemt als staatshoofd. Ze laat zien dat ze deelt in ons verdriet. Haar verdriet. Mijn verdriet. Ons verdriet. Ónze Koningin.